Waar het hart van vol is

Zondag 2 maart mochten wij in de Sint-Michielskerk van Keerbergen via radio en televisie vele gelovigen uit Vlaanderen en Nederland verwelkomen in de eucharistie van de achtste zondag door het jaar C, de laatste zondag voor het begin van de Veertigdagentijd.
Tijdens het telefoonuurtje hebben vele kijkers en luisteraars laten weten dat zij geraakt waren door de viering, en sommigen vroegen of zij de tekst van de homilie konden krijgen. Voor hen en voor u allen volgt hieronder het woordje van voorganger Christhu.
Wijsheid van Jezus Sirach 27,4-7
1 Korintiërs 15,54-58
Lucas 6,39-45
Beste vrienden, elke cultuur heeft zo z’n eigen gewoontes om mensen samen te brengen en de onderlinge verbondenheid te bevorderen. De Indische Tamilcultuur, waarin ik ben opgegroeid, is daarop geen uitzondering. In de Tamilcultuur bestaat er een specifiek ritueel voor koppels die een kindje verwachten. Ik herinner me nog goed hoe mijn oudste zus haar zwangerschap met vreugde vierde. Tijdens haar zevende maand werd er een groot feest georganiseerd, waarbij -helemaal in lijn met de traditie- een uitnodiging werd gestuurd naar familie, vrienden, buren en kennissen. Bij dit samenzijn werd er in de eerste plaats gebeden om God te danken en om zijn verdere zegen te vragen. Daarna was er tijd om met elkaar te praten en kregen mijn zus en schoonbroer de kans om te vertellen hoe erg ze uitkeken naar de geboorte van hun kindje. En ik kan jullie verzekeren, ze hadden heel wat te vertellen! Het was het mooiste bewijs van de vreugde die hun hart vervulde, een vreugde die zij met iedereen wilden delen en waar zij niet over konden zwijgen. Dit hele gebeuren heeft diepe indruk op mij gemaakt, want zelfs 24 jaar later staat dit feest nog steeds in mijn hart gegrift als een kostbare herinnering.
Vanuit mijn eigen ervaring bevestig ik graag dat mooie spreekwoord, dat Jezus ons vandaag voorhoudt: "Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over". Want inderdaad, er bestaat een nauwe band tussen wat we voelen in ons hart en de woorden die we spreken. Ja, we zouden onze woorden een spiegel kunnen noemen van wat er allemaal omgaat in ons hart. Daarom zegt Jezus Sirach in de eerste lezing van deze zondag dat men “aan de vruchten van de boom, de boomgaard herkent, en aan de woorden van de mens zijn gezindheid”. De woorden van de mens worden hier tot maatstaf gemaakt van iemands gezindheid.
In het Evangelie verfijnt Jezus diezelfde gedachte. Hij leert zijn leerlingen om in het diepste van hun hart te kijken en zich meer bewust te worden van de innerlijke bewegingen van hun hart. Deze zelfkennis is voor Jezus belangrijk, want ze is noodzakelijk om het Evangelie op een authentieke manier te beleven en te verkondigen. Een gebrek aan zelfkennis kan immers tot een schijnrealiteit leiden, met het gevaar dat de leerling zich plots als de meester gaat beschouwen en begint neer te kijken op alle anderen. Zo’n houding is voor Jezus onaanvaardbaar, want in Gods ogen is niemand minderwaardig. Om de leerlingen hier attent op te maken, vertelt Jezus verschillende sterke gelijkenissen over blinden die andere blinden leiden en samen ten val komen. Verder veroordeelt Jezus de houding waarbij mensen op zoek gaan naar kleine splinters in het oog van de ander, maarde balk in hun eigen oog niet meer opmerken.
Op het eerste zicht lijkt Jezus zijn leerlingen behoorlijk hard aan te pakken met deze scherpe woorden. Jezus schudt de leerlingen wakker en nodigt hen uit om eerlijk en oprecht in hun eigen hart te kijken om deze kleinmenselijke kantjes op het spoor te komen. Jezus’ harde pedagogie, wil de leerlingen zeker niet kleineren. Ze wil hen juist helpen om in de ander een geliefd kind van God te herkennen. De balk in het oog staat symbool voor alles wat het ons onmogelijk maakt om de waardigheid van onze medemens te erkennen. Jezus roept zijn leerlingen op om voorzichtig te zijn met hoogmoedige reacties waarmee ze zichzelf boven de ander verheffen. En als we eerlijk zijn, vrienden, dan weten we dat dit soms sneller gebeurt dan we zouden willen. Het is veel eenvoudiger om de gebreken van iemand anders te benoemen, dan om eerlijk te bekennen dat we zelf ook soms fouten maken. Jezus’ oproep om te groeien in eerlijke zelfkennis, is daarom eigenlijk ook een uitnodiging om milder te zijn voor anderen. Niemand van ons is perfect, en toch zijn we allemaal geliefd door God, onze hemelse Vader. Die mildheid waarmee God naar ons kijkt, mag ons met vreugde en hoop vervullen, want bij God is er altijd plaats voor vergeving en nieuwe kansen.
Vrienden, de lezingen van deze zondag nodigen ons uit om de tijd te nemen om rustig in ons hart te kijken. Het is een ongemakkelijke opdracht, maar het loont de moeite, want diep in ons hart zullen we ontdekken dat we geliefd zijn door God, en van die liefde mag onze mond overlopen. Vanuit die liefde verkondigen wij Jezus’ Blijde Boodschap in onze tijd, en geven we gehoor aan de oproep van de apostel Paulus die zegt, “Wees standvastig en onwankelbaar en ga altijd voort met het werk van de Heer”.
Wanneer wij met mildheid omgaan met onszelf en met elkaar, zetten wij het werk van de Heer verder dankzij onze getuigenis van Gods liefde voor elke mens. Laten we elkaar dan blijven bemoedigen om de schat van liefde die God in ons hart heeft gelegd elke dag opnieuw tevoorschijn te halen door het goede in de ander te herkennen. Zo worden wij, als leerlingen van Jezus, een teken van hoop voor onze wereld. Amen.
Christhuraja Lourdhusamy



